Verkenning naar de beleving en beeldvorming rond de VOG

Op 10 december 2015 zijn de resultaten gepubliceerd van een verkenning naar de beelden die bij risicojongeren en jeugdprofessionals leven over de Verklaring Omtrent het Gedrag. Dit onderzoek heeft op grote schaal de beleving van deze twee groepen (73 jeugdprofessionals en 54 risicojongeren) verzameld. Deze 127 verhalen laten zien hoe de VOG in de dagelijkse praktijk wordt ervaringen.

Veel jongeren vragen VOG waarschijnlijk niet aan

Klopt het veel gehoorde verhaal dat jongeren en hun begeleiders denken: met een strafblad maak je toch geen kans op een VOG, dus aanvragen heeft geen zin? Uit de statistieken blijkt dat bij jongeren (tot 23 jaar) slechts 5% van de aanvragen wordt afgewezen. De kans op het verkrijgen van een VOG lijkt dus erg groot. Er zijn echter signalen dat risicojongeren en jeugdprofessionals denken dat deze kans juist klein is en dat ze de VOG daarom bij voorbaat niet aanvragen. Het is onbekend hoe groot deze groep niet-aanvragers is; dit heet een ‘dark number’.

Deze verkenning bevestigt het beeld dat het veld meer knelpunten ervaart dan de statistieken over VOG-aanvragen doen vermoeden. Er zijn sterke aanwijzingen dat een grote groep jongeren de VOG niet aanvraagt, omdat het beeld bestaat dat men er toch niet voor in aanmerking komt. Opvallend is dat veel jongeren die vertelden ooit wel een VOG nodig te hebben gehad, deze niet hadden aangevraagd. De niet-aanvragers dachten negatiever over de VOG dan de wel-aanvragers.

Vier belangrijke inzichten:

1.     Beeldvorming: informatie over de VOG wordt vaak uit het directe netwerk gehaald; dit is dit een minder betrouwbare bron.

Jongeren vertrouwen vooral op informatie van familie, vrienden, hun school of opleiding en de jeugdprofessional. Ook de professional vertrouwt vooral op informatie uit het eigen professionele netwerk, maar die is niet altijd juist. Informatie rechtstreeks van de overheid werd nauwelijks genoemd.

2.     Toetsingskader: jeugdprofessionals ervaren de VOG als een ‘black box’ en kunnen niet van tevoren inschatten wat de kansen van jongeren zijn.

In de verhalen van de jeugdprofessionals overheersten teleurstelling, frustratie en bezorgdheid (door de vertellers zelf zo benoemd). Als een VOG-aanvraag wordt afgewezen vinden professionals het moeilijk de jongere te motiveren om bezwaar te maken of een andere baan of opleiding te zoeken. Zij vinden het moeilijk om relevante informatie te vinden.

3.     Gedrag van derden: steeds meer scholen (en werkgevers) vragen naar de justitiële achtergrond van jongeren en schatten de kansen op toekenning VOG laag in.

 4.     Effect: jongeren vermijden actief mogelijke afwijzing, waardoor het effect van de VOG op hun leven groter wordt dan nodig.

 Zo verandert het instrument van een hefboom in een slagboom.

 Lees het hele rapport hier.

Overige publicaties